dinsdag 20 maart 2018

Presentatie Kegelsilene-associatie

Kegelsilene
Voor de ecologiecursus kregen we een kleine opdracht mee naar huis. Die was bedoeld als vingeroefening om te leren werken met de veldgids plantengemeenschappen en het programma Synbiosys.

Mijn presentatie moest gaan over de Kegelsilene-associatie. Die heb ik vanavond zitten maken. Kensoorten, standplaatsfactoren, gegevens over successie en beheer: die moesten allemaal worden opgezocht. Op zo'n moment ben ik best blij met internet. Want wat is er toch veel informatie onder onze vingertoppen beschikbaar. Als je iets wil leren, dan kan het.

Mijn presentatie heb ik vanavond opgestuurd met de mededeling dat ik er ook best iets over wil vertellen tijdens de les. Want dat is dus niet verplicht. En als ik heel eerlijk ben, is dat heel erg verfrissend. Ieder ander onderwijs dat ik gevolgd heb, werkt altijd met opdrachten waarvoor je punten moet halen. En als je de opdracht dan niet doet, dan krijg je je punt niet. Hier wordt er gewoon van uit gegaan dat je zelf iets wil leren. En dat vind ik een stuk meer motiveren.

Als je de Kegelsilene-associatie wil zien, moet je trouwens naar het zeedorpenlandschap. De meeste kans heb je rondom Zandvoort of gebieden tussen Katwijk en Noordwijk. En ook een aardig detail: zonder menselijke activiteiten in die gebieden, zou deze pioniergemeenschap er waarschijnlijk niet in deze vorm geweest zijn. Dan hadden we het moeten doen met de duinsterretjes-associatie. De Kegelsilene-associatie houdt namelijk van een iets voedselrijkere bodem dan de verwante associaties in die gebieden. En laat nou net de mens gezorgd hebben voor dat kleine verschilletje. Zij gingen hier geiten en koeien hoeden, linnen bleken en netten boeten. En dat heeft er toe bijgedragen dat er kleine verschillen in voedselrijkdom zijn waar de Kegelsilene-associatie van profiteert.

Tenminste... als ik het goed begrepen heb uit de bronnen die ik bestudeerd heb.

dinsdag 13 maart 2018

Standplaatsfactoren, oftewel les 3 van de ecologiecursus

Kegelsilene (bron)
Deze keer was het zowaar aangenaam warm op de leslocatie. We zaten weer op boerderij Vredegoed voor bijeenkomst 3 van de ecologiecursus. Deze keer was het onderwerp 'standplaatsfactoren' gepland. Maar eerst werd les 2 over ecologische principes nog afgemaakt en deels herhaald.

Ik hou het hieronder kort, want ik heb nog twee dingen te doen. Ten eerste hebben we een heuse huiswerkopdracht gekregen. Iedere cursist heeft een plantengemeenschap toebedeeld gekregen en mag daar een presentatie van maken. Het is de bedoeling dat je van die associatie foto's van kensoorten en informatie over beheer, successie en verspreiding geeft. Als je het leuk vindt, mag je de presentatie ook voor de groep vertonen. Ik heb de Kegelsilene-associatie toebedeeld gekregen. Tot ik het plaatje hiernaast gevonden had, had ik geen idee hoe de Kegelsilene eruit ziet. Gelukkig heb ik de veldgids plantengemeenschappen in mijn bezit. Daarin is vast ook meer informatie te vinden over deze plantengemeenschap.
Het tweede ding is het installeren en verkennen van het programma SynBioSys. Dat programma is (als ik het goed begrijp) een uitgebreide versie van de bovengenoemde veldgids en daarbij nog allerlei andere informatie. Misschien moest ik eerst dat programma installeren en daarna mijn presentatie maken.

In deze les kwamen trouwens nog allerlei ecologische termen en definities aan de orde. Een greep uit de behandelde terminologie:

  • ecosysteem
  • populatie
  • levensgemeenschap
  • biotoop
  • ecotoop
  • habitat
  • niche
  • biodiversiteit
  • natuurkwaliteit
  • staat van instandhouding
  • natuurdoeltype

Nadat les 2 afgerond was, gingen we verder met les 3. Het eigenlijke onderwerp van deze dag: standplaatsfactoren. Bij standplaatsfactoren moet je denken aan zaken als: bodem, reliëf, gradiënten en microklimaat. Vrijwel de hele verdere les ging het over eigenschappen van de bodem. Ooit heb ik de boeken Bodem in Balans en het Bodemvoedselweb gelezen. Veel van wat ik vrijdag in de les hoorde kon ik linken aan wat ik toen gelezen heb. Dat was op zichzelf wel prettig, want anders was het wel heel veel informatie geweest om in één keer te onthouden.

Ik keek net even op de cursistensite van de ecologiecursus. En daar stond ook weer meer dan genoeg leesvoer. Allerlei artikelen en boekjes. Ik wist niet dat er zoveel te leren viel. Op naar lesdag 4!


zondag 4 maart 2018

Lesdag 2 ecologiecursus

Deze keer streken we neer in Tienhoven/Oud Maarsseveen op boerderij Vredegoed. In het streekmuseum was een lokaaltje waar we comfortabel konden zitten om te luisteren naar het verhaal van Eric, onze docent. De verwachting was dat het ook warmer zou zijn dan de vorige keer, maar dat was eigenlijk helemaal geen echte uitdaging, dachten we, omdat het de vorige keer zo ontstellend koud was geweest. (Ik wil niet klagerig overkomen, maar zo staan de feiten er nu eenmaal voor.)

We kwamen echter qua temperatuur van een (letterlijk) koude kermis thuis. Want dit lokaal bleek ook niet helemaal warm te stoken te zijn, ook al brandde de verwarming de hele dag. Iets met een zeer koude en uit de verkeerde hoek waaiende wind, he... Volgens een thermometer op de muur in het lokaaltje begonnen we rond een graad of 13 en eindigden we 's middags uiteindelijk rond 17 graden.
Nouja, goed, het was overkomelijk. Ik was zelf de dag ervoor echter ziek geweest (en mijn laatste keer in zo'n staat is echt iets van tien jaar geleden...) en ik had verschrikkelijk slecht geslapen. Op de weg ernaar toe kon ik mijn ogen al amper open houden. Dat kostte me gedurende de dag dus ook vrij veel moeite. Ik heb letterlijk zitten overleven, met mijn hoofd -gelukkig- in de zon.
Hieronder probeer ik weer te geven wat ik desalniettemin van de lesdag heb onthouden. Want ik vond het wel weer reuze-interessant. Ondanks de hindernissen. (Met excuses voor mijn medecursisten voor mijn 'verminderde aanwezigheid'.)

Een terugkerend thema in de presentaties zijn trouwens foto's van in de klei, modder of veen wegzakkende personen. Die personen zijn dan voormalige cursisten, waarvan Eric niet met zekerheid aangeeft of ze het einde van de cursus gehaald hebben. We zijn inmiddels in de veronderstelling dat hij daarmee een soort waarschuwing geeft over de tijden die nog komen gaan. Of het motto 'samen uit, samen thuis' geldt, moeten we nog ondervinden. We zijn benieuwd. ;-)

Maar nu even inhoudelijk. Onderwerpen die deze dag passeerden waren onder andere:

De migratie van bomen door Europa
informatie over dit onderwerp had ik al eens gelezen. Volgens mij in het boek 'het verborgen leven van bomen'. Europa is het enige werelddeel op het noordelijk halfrond dat een bergketen (de Alpen) van west naar oost heeft lopen. Dat is relevant in het geval er een ijstijd optreedt. Want bomen migreren dan naar het zuiden. Uiteraard door voortplanting die een bepaalde richting op beweegt, niet door wandelende Enten uit de Lord of the Rings.
De bergketen is daarbij echter een hindernis waardoor de natuurlijke terugkeer van die bomen naar noordelijker gelegen gebieden in alle gevallen langer duurt, en soms ook gewoon belemmerd wordt. In de loop der tijd zijn verschillende bomensoorten niet meer (zonder ingrijpen van de mens) teruggekomen. Inmiddels heeft de mens zo'n grote invloed door aanplant en beheer dat de meeste bomen die de oversteek niet zelf meer konden maken, inmiddels toch weer terug zijn.
Verder zie je ook dat er in zuidelijker gelegen gebieden langer geïsoleerde groepjes bomen van dezelfde soort hebben bestaan. Hoe langer die isolatie duurt, hoe meer die groepjes van elkaar gaan verschillen. En in Europa heb je bijvoorbeeld dus eiken die wel tot dezelfde soort behoren, maar die uit verschillende gebieden terug gemigreerd zijn naar ons land. En nu kunnen wetenschappers dus aan het DNA van die bomen zien uit welk gebied zijn voorouders gemigreerd zijn. Zo is er bijvoorbeeld verschil te zien tussen eiken met een afkomst uit Spanje of uit Griekenland.

Climaxvegetatie in Nederland
Als we in Nederland niet zouden ingrijpen in de natuur - dus we zouden niet bouwen, graven, maaien, verplaatsen en beheren- dan zou heel Nederland bos worden. En op den duur waarschijnlijk een beukenbos. De beuk groeit heel traag, kan heel oud worden en zorgt goed voor zijn kleintjes. Daarnaast maakt hij het de andere planten moeilijk doordat hij een zeer dicht bladerdek heeft waardoor het andere planten aan licht ontbreekt. En bovendien creëert hij een strooisellaag waar andere planten zich niet lekker bij voelen. Verder zorgt hij voor zijn nakomelingen door een samenwerking met een micorrhiza-schimmel. De ouder geeft via die schimmel voedingsstoffen aan de nakomelingen door, zodat ze zelf niet heel veel aan fotosynthese hoeven te doen om te blijven leven en te groeien.
Er zijn ook andere bomen die op deze manier voor hun 'jongen' zorgen.
De vegetatie waar de natuur zich uiteindelijk vanzelf naar toe ontwikkelt in een bepaald gebied noem je een climaxvegetatie. Zonder (menselijk) ingrijpen krijg je die vegetatie daar op den duur dus altijd.

Geschiedenis van vegetatie in Nederland
Het eerste deel van de presentatie liet vooral veel materiaal zien dat te maken had met vegetatiegeschiedenis met betrekking tot de bomen in Nederland. Er zijn verschillende tijdperken geweest waarin verschillende bomensoorten de overhand hadden. Zo is er een tijd geweest met vooral berk en naaldbomen, maar ook een tijd met vooral linde en eik. Op een gegeven moment kwam de intrede van de landbouw door de mens. En dat heeft het landschap wel echt veranderd. Tot ongeveer 1900 hield dat in dat er steeds meer verschillende biotopen gevormd werden. Het gebied dat overwegend uit bos of hoogveen bestond, werd omgevormd naar 'bruikbaar' land in verschillende hoedanigheden. Vanaf 1900 kwam de opkomst van de geïndustrialiseerde landbouw. Daardoor verdween de diversiteit aan biotopen voor een belangrijk deel weer.

Hoogveen en bodemdaling
Een tweede deel van de presentatie ging in op de ontwatering en afgraving van hoogveengebieden. Als hoogveen wordt ontwaterd, treedt er bodemdaling in. In veel polders in Noord- en Zuid-Holland is dat nu nog steeds aan de hand. Het veen dat (te ver?) boven het grondwaterpeil komt, sterft af en klinkt in. Daardoor daalt de bodem. Op den duur wordt het grondwaterpeil dan weer te hoog om nog iets nuttigs te kunnen doen qua agrarisch landgebruik. De boeren verzoeken dan aan het waterschap om de grondwaterstanden aan te passen. Maar dat zet een volgende fase van bodemdaling in gang. Het proces kan niet omgekeerd worden, maar eigenlijk alleen vertraagd. In veel van die gebieden komt er steeds meer kwelwater omhoog. En ook dat is dan weer lastig om te beheersen.

Plantgemeenschappen en rompgemeenschappen
Planten reageren op verschillende factoren zoals zuurtegraad, temperatuur, vochtigheid en licht. Planten die het onder bepaalde factoren goed doen, zullen meer kans tot overleven hebben in dit omstandigheden en die zie je in bepaalde gebieden dus vaker terug. Vaak zie je dat er groepen van verschillende  planten steeds weer bij elkaar staan onder dezelfde milieudynamiek en standplaatsfactoren. Die groepen noemen we dan plantgemeenschappen, of associaties. In de Veldgids Plantgemeenschappen staan ze allemaal genoemd. (Helaas is het boekje momenteel niet leverbaar, maar vanaf juli 2018 weer wel.)
En dan zijn er ook nog rompgemeenschappen. Dat is eigenlijk een beetje hetzelfde begrip, maar in een rompgemeenschap is er minder diversiteit. Het zijn enigszins verarmde of verwaarloosde plantgemeenschappen. Alsof je van een lichaam alleen de romp, de kern overhoudt. Die rompgemeenschappen staan ook in een aparte veldgids. Tijdens de excursies die nog komen gaan, gaan we vooral op zoek naar plantgemeenschappen, maar als je in het dagelijks leven om je heen kijkt in bermen, steden en recreatiegebieden tref je veelal rompgemeenschappen aan.

Tot slot
Al met al ben ik ondanks mijn verminderde aandacht bij de les toch nog best wel tevreden over wat ik heb kunnen reproduceren voor deze blogpost. Het helpt daarbij wel enorm dat we achteraf inzicht hebben in de powerpoints van Eric omdat we toegang hebben tot een digitale omgeving voor cursisten. Ik hoop dat anderen er middels dit blog ook iets aan hebben. Wie weet krijg je wel zin om volgend jaar ook in te schrijven voor de cursus. Commentaren graag in de reacties hieronder.